Senior-leraren kunnen heel erg gericht zijn op zichzelf.


Deze stelling klopt. 

Erikson ontwikkelde een theorie over de emotionele en sociale ontwikkeling van de middenvolwassenheid.
Hij schetst een psychologisch conflict op middelbare leeftijd dat hij generativiteit versus stagnatie noemt.

Generativiteit houdt in dat je anderen bereikt op een manier die de volgende generatie aanbelangt. Je genereert als het ware iets voor de anderen die na jou komen. Volwassenen van middelbare leeftijd voelen de behoefte om een bijdrage te leveren die hun dood overstijgt. Het gaat dan vooral om van betekenis te zijn voor familie, de gemeenschap of samenleving. Het betekent 'een steen willen verleggen' voor anderen.

De negatieve uitkomst van deze fase is stagnatie. Zodra mensen bepaalde levensdoelen bereiken, kunnen ze egocentrisch en genotzuchtig worden. Volwassenen met een gevoel van stagnatie uiten hun zelfingenomenheid op verschillende manieren: door een gebrek aan interesse in jonge mensen, door een focus op wat ze van anderen kunnen krijgen in plaats van wat ze kunnen geven, en door weinig interesse te hebben om productief te zijn op het werk.

Wat maakt dat je in deze levensfase in stagnatie of generativiteit landt? Beide groepen verschillen niet in het aantal positieve en negatieve gebeurtenissen die ze in hun leven meemaakten maar ze interpreteren gebeurtenissen verschillend. Hun narratief is fundamenteel anders.

Wanneer mensen meer verlossende gebeurtenissen opnemen in hun levensverhalen, is hun gevoel van eigenwaarde en levenstevredenheid hoger. Daarnaast zijn ze ervan overtuigd dat de uitdagingen in het leven betekenisvol, beheersbaar en lonend zijn. Bij stagnerenden worden positieve gebeurtenissen door een negatief element opgeblazen tot de oorzaak van een 'negatief leven'.


Bronnen:

Berk, L.E. (2018).Development through the lifespan. Amsterdam: Pearson.


Klik hier om terug te keren naar het overzicht van de literatuur en meer stellingen door te nemen.